Laatst gecontroleerd op 6 oktober 2026, aan de hand van de Wet wapens en munitie, de Regeling wapens en munitie en de Circulaire wapens en munitie 2019.

Een eigen geweer of pistool op verlof heb je in Nederland niet binnen een paar weken. Het is een traject van ruim anderhalf jaar, met vaste stappen en een opbouw die pas na twee verlengingen alle schietsportdisciplines openzet. In dit artikel lopen we het hele pad door, van je eerste avond als aspirant-lid tot het moment waarop je een halfautomatisch geweer mag bijschrijven.

Wat is wet en wat is verenigingsbeleid? Dat verschil maken we steeds duidelijk, want in de praktijk wordt het nogal eens door elkaar gehaald.

In het kort

  • Aspirant-lid: meestal zo'n zes maanden, met VOG en introductiecursus (verenigingsregel volgens het KNSA-model)

  • Daarna minimaal twaalf maanden regulier lid, met minimaal 18 schietbeurten in de twaalf maanden voor je aanvraag

  • Eerste verlofjaar: één wapen voor een Olympische discipline, geen halfautomatisch geweer

  • Na de eerste verlenging: ook ISSF- en MLAIC-disciplines, zoals grootkaliber pistool en revolver tot 9 mm/.38 en een grootkaliber repeteergeweer, tot maximaal vijf wapens

  • Vanaf de tweede verlenging: de overige KNSA-disciplines, waaronder het halfautomatische geweer

Het traject in één oogopslag

  1. Stap 1, circa 6 maandenIntroductie en aspirant-lidmaatschap
    VOG, introductiecursus, schieten met verenigingswapens onder begeleiding.

  2. Stap 2, minimaal 12 maandenRegulier lid
    Minimaal 18 schietbeurten, wedstrijden schieten, schietregister bijhouden.

  3. Stap 3Eerste verlofaanvraag
    In persoon bij Korpscheftaken, met WM3 en WM32, gesprekken en kluiscontrole.

  4. Verlofjaar 1Eén wapen
    Geschikt voor een Olympische discipline, bijvoorbeeld een kleinkaliber geweer of pistool.

  5. Verlofjaar 2Grootkaliber erbij
    ISSF- en MLAIC-disciplines, maximaal vijf wapens.

  6. Verlofjaar 3Halfautomatisch geweer
    De overige KNSA-disciplines en kalibers boven 9 mm.

Stap 1: aspirant-lid worden

Elke schietvereniging die bij de KNSA is aangesloten werkt met een ballotage. Je begint met een introductiecursus, volgens het KNSA-model minimaal vier lessen verspreid over vier tot tien weken. Daarna volgt de aspirantperiode. Een trainer of mentor begeleidt je en je hebt minimaal één gesprek met het bestuur.

Het KNSA-model gaat uit van een aspirantperiode van minimaal vijf maanden, en pas als er minimaal zes maanden verstreken zijn kun je definitief lid worden. Veel verenigingen koppelen daar een minimum aantal schietbeurten aan, twaalf is een veelgebruikt aantal. Dat zijn verenigingsregels. In de wet zelf staat geen aspirantperiode en ook geen aantal van twaalf beurten, dus vraag je vereniging hoe zij het regelen.

De VOG

Als nieuw lid lever je een Verklaring Omtrent het Gedrag in. Die is ook nodig om je bij de KNSA aan te melden, waarna je je KNSA-licentie krijgt. Het screeningsprofiel hoort bij de strengste die er bestaan.

Met welke wapens schiet je in deze fase?

Met verenigingswapens. Wie korter dan een jaar volwaardig lid is, mag van de vereniging alleen vuurwapens lenen die geschikt zijn voor de Olympische en ISSF-disciplines, en nooit een halfautomatisch geweer. In de praktijk schiet je dus met een kleinkaliber geweer of pistool van de club.

Wil je eerst rustig proeven voordat je je aanmeldt? Als introducé mag je binnen twaalf maanden maximaal drie keer met een vuurwapen schieten, vanaf achttien jaar.

Stap 2: twaalf maanden regulier lid en 18 schietbeurten

Hier zit de eerste harde eis. Volgens de Circulaire wapens en munitie moet je bij je aanvraag regulier lid zijn, en dat ook minimaal een jaar voorafgaand aan de aanvraag geweest zijn. Je aspirantperiode telt dus niet mee.

Reken vanaf je eerste les daarom op ongeveer anderhalf jaar.

Daarnaast vraagt artikel 43, lid 4 van de Regeling wapens en munitie minimaal achttien schietbeurten in de twaalf maanden voor je aanvraag. Hoe je die verdeelt, maakt niet uit. Wel geldt het volgende:

  • Per dag telt maximaal één schietbeurt, ongeacht met hoeveel wapens je schiet (uitzondering: officieel erkende kampioenschappen)

  • Je houdt een schietregister op naam bij, gewaarmerkt door je vereniging

  • Per beurt staan erin: de datum, het stempel van de vereniging of baan, en naam en paraaf van een bestuurslid of baancommandant

Schieten in wedstrijdverband

Je moet de schietsport ook echt beoefenen, in een door de KNSA gereglementeerde discipline en in wedstrijdverband. Hoeveel wedstrijden je vereniging daarvoor wil zien, verschilt per club. Vraag het op tijd na bij het bestuur, want zij verklaren straks op je WM3 dat je aan de eisen voldoet.

Stap 3: de eerste verlofaanvraag

Het verlof wordt verleend door de korpschef van de politie. In de praktijk loopt het via het team Korpscheftaken van de politie-eenheid waar je woont. Je eerste aanvraag doe je in persoon, je legitimeert je daarbij en je bent minimaal achttien jaar.

Wat neem je mee?

  • Het ingevulde aanvraagformulier WM3, per wapen, met de verklaring van je vereniging in rubriek 6

  • Het inlichtingenformulier WM32, met drie referenten

  • Twee pasfoto's

  • Je schietregister

  • Een geldig identiteitsbewijs

  • De optiebon of koopovereenkomst van het wapen dat je wilt kopen

Hoe je beide formulieren invult en wie wat tekent, lees je in ons artikel over de formulieren WM3 en WM32.

Altijd met pen tekenen, origineel bij het schouwen

Laat het bestuur van je vereniging de formulieren met pen tekenen, een digitale handtekening of een geplakte scan volstaat niet. Je kunt het formulier vaak alvast per mail naar Korpscheftaken sturen, maar bij het tonen van het wapen (het schouwen) lever je het originele, nat getekende WM3 in. Zonder dat origineel wordt het wapen niet bijgeschreven.

Gesprekken en kluiscontrole

Reken op minimaal drie persoonlijke contactmomenten met de politie. Een daarvan vindt meestal bij je thuis plaats, waar ze de wapenkluis bekijken voordat het verlof wordt verleend. Koop de kluis dus vóór de aanvraag, niet erna.

Na de goedkeuring

Je ontvangt het verlof zelf en een verlof tot verkrijging. Met dat laatste haal je het wapen op bij de handelaar of verkoper. Daarna toon je het wapen binnen de termijn die de politie je opgeeft aan Korpscheftaken, zodat ze kunnen controleren of het wapennummer overeenkomt met je verlof.

Wat kost het?

Handeling

Leges

Eerste verlof

€ 138,20

Verlenging

€ 68,20

Wijziging, bijvoorbeeld een wapen bijschrijven

€ 30,00

Bedragen zoals de KNSA ze vermeldt op basis van artikel 50 van de Regeling wapens en munitie. De leges kunnen jaarlijks worden aangepast, controleer het actuele bedrag bij Korpscheftaken.

Het eerste verlofjaar: één wapen

Ook met een verlof op zak begin je klein. Artikel 43, lid 6 van de Regeling wapens en munitie beperkt je in het eerste verlofjaar tot één wapen dat geschikt is voor een Olympische schietsportdiscipline. Paragraaf B 2.4.4 van de circulaire voegt eraan toe dat dit geen halfautomatisch geweer mag zijn.

In de praktijk wordt dat meestal een kleinkaliber geweer of een kleinkaliber pistool. Ook een hagelgeweer voor trap of skeet valt onder de Olympische disciplines.

Kies een wapen dat aansluit bij wat je vereniging traint. Je moet er het komende jaar weer achttien schietbeurten mee halen voor je verlenging, en dat gaat een stuk makkelijker op een discipline waar je ook wedstrijden kunt schieten.

Al langer dan twee jaar lid?

Dan noemt de circulaire een tweede mogelijkheid. Wie voor de eerste keer een verlof aanvraagt en langer dan twee jaar lid is van een KNSA-gecertificeerde vereniging, komt direct in aanmerking voor wapens uit de volgende fase, zie hieronder. Hoe dat in jouw geval uitpakt voor het aantal wapens in het eerste jaar, bespreek je het best vooraf met je bestuur en Korpscheftaken.

De eerste verlenging: grootkaliber erbij

Een verlof is maximaal een jaar geldig (artikel 28, lid 4 Wwm) en wordt verlengd als je nog aan alle eisen voldoet. Bied het minimaal twee weken voor de vervaldatum aan bij Korpscheftaken. Je neemt mee:

  • Je huidige verlof, inclusief bijlage

  • Een geldig identiteitsbewijs

  • Een nieuw ingevuld WM32, dat vul je bij elke verlenging opnieuw in

  • Je schietregister met minimaal 18 schietbeurten in het afgelopen verlofjaar

  • Je KNSA-licentie

Bij deze eerste verlenging gaat de deur verder open. Je komt dan in aanmerking voor vuurwapens die geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de ISSF-disciplines en de disciplines van de MLAIC (historische wapens), met uitzondering van halfautomatische geweren. In de fasering van de KNSA valt hier onder meer onder:

  • Grootkaliber pistolen en revolvers tot maximaal 9 mm/.38

  • Grootkaliber geweren met enkelschots- of repeteersysteem, zoals een grendelgeweer

  • Historische en voorlaadwapens

Het is dus niet alleen het halfautomatische pistool tot 9 mm, ook een revolver in .38 Special of 9 mm valt eronder. Kalibers daarboven, denk aan .45 ACP of .44 Magnum, horen bij de volgende fase.

Voor precisieschutters is dit vaak het moment voor het eerste grendelgeweer in een kaliber als .308 Winchester of 6.5 Creedmoor, waarmee je op de 300 meter baan en bij lange afstand wedstrijden terechtkunt.

Maximaal vijf wapens

Artikel 43, lid 1 van de Regeling stelt een maximum van vijf wapens op je verlof. Meer kan alleen als je aantoont dat zes of meer wapens onontbeerlijk zijn voor jouw schietsport. Volgens de circulaire moet de KNSA dat verklaren, ondersteund door het bestuur van je vereniging, en het gaat dan om een uitzonderingssituatie.

Elk extra wapen schrijf je bij met een nieuw WM3. Het verlof geldt bovendien alleen voor wapens waarmee je binnen je vereniging daadwerkelijk een discipline beoefent (artikel 43, lid 5).

De tweede verlenging: het halfautomatische geweer

In de eerste twee fasen sluit de circulaire halfautomatische geweren uitdrukkelijk uit. Volgens de fasering van de KNSA kun je ze aanvragen bij de tweede verlenging, samen met de overige gereglementeerde disciplines en kalibers boven 9 mm. In de praktijk is dat je derde verlofjaar.

Grote magazijnen

Voor halfautomatische vuurwapens met centrale ontsteking gelden aanvullende regels uit de Europese wapenrichtlijn. Een lang wapen met een magazijn van meer dan tien patronen, of een kort wapen met een magazijn van meer dan twintig, valt in Europese categorie A. Daarvoor heb je alleen een redelijk belang als je dat magazijn gebruikt in een door de minister aangewezen schietsportdiscipline (artikel 7, lid 4 Besluit wapens en munitie en artikel 43a Rwm).

Op het WM3 geeft het bestuur aan of het om een capaciteit van tien of twintig patronen gaat. Kleinkaliber randvuur valt buiten deze regeling.

Wat nooit kan

Een halfautomatisch lang vuurwapen dat met een inklapbare, telescopische of zonder gereedschap afneembare kolf korter dan 60 centimeter kan worden, zonder dat het daardoor onbruikbaar wordt. Voor zo'n wapen wordt geen verlof verleend (artikel 28, lid 6 Wwm). Let hier op bij moderne chassis en kolven.

Overzicht per fase

Fase

Wanneer

Wat mag

Grondslag

1

Eerste verlofjaar

Eén wapen voor een Olympische discipline, geen halfautomatisch geweer

Art. 43 lid 6 Rwm, Cwm B 2.4.4

2

Vanaf de eerste verlenging, of bij een eerste aanvraag na meer dan twee jaar lidmaatschap

Olympische, ISSF- en MLAIC-disciplines, waaronder grootkaliber pistool en revolver tot 9 mm/.38 en grootkaliber repeteergeweer, maximaal vijf wapens

Cwm B 2.4.4, art. 43 lid 1 Rwm, KNSA-fasering

3

Vanaf de tweede verlenging

Overige KNSA-disciplines, waaronder halfautomatisch geweer en kalibers boven 9 mm

KNSA-fasering

Bewaren, vervoeren en munitie

Je wapens en munitie bewaar je gescheiden van elkaar, in een speciaal daarvoor gemaakte, afsluitbare wapenkluis of een gelijkwaardige kluis. Weegt de kluis minder dan 200 kilo, dan moet hij deugdelijk aan vloer of muur verankerd zijn (artikel 43c Rwm). De politie komt minimaal eens in de drie jaar onaangekondigd controleren.

Je verlof geldt ook voor de bijbehorende munitie. Het gebruikelijke maximum is 10.000 patronen, de korpschef kan dat met redenen lager vaststellen.

Vervoeren mag alleen tussen je woning, de schietbaan, een erkende wapenhandelaar en het politiebureau. Het wapen is ingepakt, ontladen en ontspannen, met een leeg magazijn, en je laat het nooit onbeheerd achter in de auto. Ga je naar een wedstrijd in het buitenland, lees dan het deel over de Europese vuurwapenpas in ons artikel over de overbrengingsvergunning.

Ga je zelf herladen? Kruit valt niet onder je wapenverlof maar onder de Wet explosieven voor civiel gebruik. Ook daarover lees je meer in dat artikel.

Wat er aankomt

Op 17 juni 2026 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een herziening van de Wet wapens en munitie aangekondigd. Op de planning staan onder meer een verplicht onafhankelijk psychologisch onderzoek, een verplichte aansprakelijkheidsverzekering en een verplichte opleiding. De internetconsultatie volgt naar verwachting in de eerste helft van 2027, de indiening bij de Tweede Kamer eind 2027. Tot die tijd gelden de regels uit dit artikel.

Per 1 oktober 2026 is de circulaire op één punt gewijzigd: de aparte paragraaf voor herintredende verlofhouders is vervallen. Ben je ooit gestopt en wil je terugkomen, vraag dan bij Korpscheftaken hoe jouw situatie nu wordt beoordeeld.

Veelgestelde vragen

Telt mijn aspirantperiode mee voor het jaar lidmaatschap?

Nee. De circulaire vraagt een jaar regulier lidmaatschap voorafgaand aan de aanvraag. De tijd als aspirant komt daar dus bovenop.

Moet ik met elk wapen achttien keer schieten?

Nee. Het gaat om achttien schietbeurten in totaal, met welk vuurwapen dan ook. Wel telt maar één beurt per dag. Houd er rekening mee dat je verlof alleen geldt voor wapens waarmee je daadwerkelijk een discipline beoefent, dus een wapen dat jaren in de kluis blijft liggen, kan een vraag opleveren bij de verlenging.

Hoe lang duurt het voordat ik mijn eerste eigen wapen heb?

Van je eerste les tot het ophalen van je wapen ben je doorgaans anderhalf tot twee jaar verder. De doorlooptijd bij de politie verschilt per eenheid. Vraag bij het maken van de afspraak naar de actuele wachttijd.

Wat als ik niet aan de achttien beurten kom?

De regeling maakt een uitzondering als het tekort je redelijkerwijs niet kan worden aangerekend, bijvoorbeeld door langdurige ziekte. Meld dat op tijd bij je vereniging en Korpscheftaken, met onderbouwing.

Verder lezen

Officiële bronnen: Wet wapens en munitie, Regeling wapens en munitie, Circulaire wapens en munitie 2019, politie.nl: wapenvergunning aanvragen en politie.nl: wapenvergunning verlengen. Dit artikel is met zorg samengesteld, maar is geen juridisch advies. Werkwijzen kunnen per politie-eenheid verschillen. Twijfel je, vraag het dan na bij je vereniging of bij Korpscheftaken via 0900-8844.